De week voor de voorjaarsvakantie begin ik een nieuwe klus in het onderwijs. Tot aan de zomer mag ik een klas gaan helpen. 3 dagen lang zwoeg ik met het kennismaken, de structuur van de klas mij eigen te maken en hier en daar een verandering door te voeren.

De tweede week is het vakantie. Gek om zo een klas binnen te schuiven, denk ik nog. Maar de week na de vakantie voelt het al een beetje meer vertrouwd en merk ik dat de leerlingen zich ook steeds meer openstellen en we meer rust krijgen, meer structuur en ook meer gezelligheid. De vierde en vijfde week zet deze positieve verandering zich door.

We zitten inmiddels in een goed ritme, de klas weet wat ze aan mij hebben, ik raak ingewerkt en gewend aan de school, mijn nieuwe collega’s en we raken op stoom. Maar dan…

Zo ineens worden we teruggeworpen op het digitale leren. Waar andere scholen er voor kiezen om eerst dicht te gaan, nieuwe plannen in te richten, gaan wij direct door. We staan er samen voor onze kinderen. De verbondenheid binnen het team is voor mij als nieuwkomer voelbaar. Geweldig, samen beslissen we hoe we verder gaan en zetten onze schouders er onder.

Via kopieerbladen, online software proberen we de eerste weken het werken ons eigen te maken en te zorgen dat onze leerlingen betrokken blijven bij school. Het lukt met veel hand en spandiensten, samenwerken met ouders en met elkaar. Het is hard werken in een omgeving waarin we ons min of meer niet thuis voelen. De inhoud van ons werk is in één dag volledig veranderd.

Op dit moment hoor ik vanuit mijn omgeving mensen die nu met een nieuwe klas beginnen. Ik vind dit ontzettend knap dat zij op dit moment met een grote opdracht starten terwijl er geen fysiek contact mogelijk is. De kennismaking verloopt zo anders en van een groepsdynamiek is amper aan sprake. Op dit soort momenten ben ik blij met de weken die ik al had met de klas.